We vertrekken om 8:10 en rijden verder door het landschap vol tafelbergen.
Af en toe is er wild te zien : Springbokken, gemsbokken en zebra's.
Bij
Sesfontein drinken we een kop koffie bij
fort Sesfontein.

Achter de tuin zitten veel
lovebirds (agapornis) in de bomen.
In de tuin zelf zijn de
wevervogeltjes volop bezig met hun nest te bouwen.
Het is goed te zien hoe een vogeltje het eerste sprietje gras aan een takje vast maakt.
We rijden weer verder richting noorden. Het landschap is nu erg droog, met vooral
kale acacia bomen. Het steilste stuk van de weg mogen we omhoog lopen. Vroeger hadden
de vrachtwagens hier veel problemen om de top te bereiken.
Als we de eerste
baobab bomen zien, stoppen we voor de lunch .
Het is hier erg heet en je wordt knettergek van de vele vliegen. Ze vliegen je soms zo in
de oren.
Om 14:00 komen we aan in
Opuwa . We stoppen bij een supermarkt. Hier wordt voor het
Himba
bezoek maismeel gekocht. Zelf koop een cola en koekjes voor als het avondeten tegen valt. We waren
gewaarschuwd dat we vanavond een maispapje krijgen en dat dit niet (letterlijk) bij
iedereen in de smaak valt. Omdat we langs het
Himba dorp gaan kamperen is het niet de bedoeling om
er uitgebreid eten te staan klaarmaken.
We wachten bij een lodge totdat de truck terug komt. Die is op zoek gegaan naar Elisabeth, de
gids voor vanmiddag.
Samen met Elisabeth en 3 van haar kinderen rijden we naar een
Himba dorp in de buurt.
Het dorp ligt in een zanderig, stoffig gebied tussen de kale acacia's.
Bij het dorp wordt er eerst onderhandeld voordat we in het dorp in gaan. Het maismeel wordt geaccepteerd als
geschenk en we kunnen het dorp in en mogen foto's maken.
We zijn de eerst groep sinds een half jaar die dit dorp bezoekt.
Al te enthousiast zijn de vrouwen niet om op de foto
te gaan (en dat is natuurlijk wel te begrijpen). De mannen zijn aan het werk, dus er zijn bijna alleen vrouwen
en kinderen in het dorp. We geven iedereen een hand en begroeten ze in hun taal ('Morro', iets dat op hallo
lijkt. Ik word nogal eens gecorrigeerd met
mijn uitspraak.
Voor het bezoek hadden we te horen gekregen dat we niet tussen het (heilig) vuur en de hut van de chief
mochten lopen. Er blijkt geen heilig vuur te zijn in de dorp. Wel ligt alles vol met geitenkeutels.
Er is een korte rondleiding door het dorp. De opslagplaats (vrij leeg) en de maisopslag wordt getoond.
In het huisje van de chief krijgen we uitleg van de vrouw van zijn zoon. Zij laat ons de Himba parfum
zien (keel, oksels en billen worden gerookt). De vrouwen smeren zich ik met een mengsel van vet en
oker.
Dan begint de souvenir verkoop. Het is drukker geworden in het dorp. Vrouwen uit een naburig dorp zijn
ook gekomen. Dit is het dorp waar de oudere broer van de chief de baas is. De beide dorpen horen
min of meer bij elkaar. Ik koop een ketting die ik later weer af geef.
Het hele bezoek verloopt vrij rustig, heel anders dan bij de stammen in Ethiopie bij een vorige reis.
Dan moet er beslist worden of we hier langs het dorp willen overnachten of terug gaan naar een camping (met water)
in de buurt van Opuwa. De overgrote meerderheid stemt voor Opuwa.
Voordat we weggaan wordt er zang en dans
voor ons opgevoerd. De flessen bier gaan bij de vrouwen van hand tot hand.
We vertrekken na de show naar een camping, vlakbij Opuwa.
Het traditioneel Afrikaans eten (de maispap) valt best mee omdat er een pittig saus op gedaan wordt.
Samen is het goed te eten.
Na een paar bekers cola-rum ga ik naar de tent.