Omdat er maar 5 passagiers in de Cessna kunnen, zullen er meerdere tochten gemaakt worden. 's Morgens vroeg is de lucht het rustigst. Daarom mogen de angsthazen het eerste vliegen vandaag. De rest zal nog even in het park rondrijden (een korte game drive) voordat de volgende naar de airstrip gaan.
Het duurt even voordat de rest klaar is, maar dan
begin de game drive door naar de plek te rijden waar gisteren de leeuwen
gezien zijn. Deze liggen nog steeds op dezelfde plek. De restanten van een eland
liggen er nog.
Vandaag staan er een heleboel auto's te kijken. De meeste mensen
staan langs de auto of bij een boom.
Dan is het al snel tijd om naar de air strip te rijden. Vlak voor de afslag komt de auto die vanmorgen vertrokken is ons al tegenmoet. Iedereen zit nog (al dan niet juichend) in de auto. Het blijkt dat de startmotor stuk is en het vliegtuig kan daardoor niet vertrekken. Er zal eerst een monteur ingevlogen moeten worden.
Omdat er geen tijd is om lang te wachten gaan we nu de tocht met de auto's doen. Toch wel een flinke teleurstelling. In plaats van een prachtig vliegtochtje wordt het uren hobbelen.
We gaan met onze auto eerst nog tanken en voor een reservewiel zorgen. Hierna gaan we met 2 auto's verder. De eerste 75 km is weer onverharde weg (8:15 - 10:10). Als we uit het park rijden is er alleen nog verharde weg te gaan (maar nog een flink eind).
De weg waarvan we een paar dagen geleden van de grens kwamen gaat de andere kant omhoog. Er staat al snel een slagboom. Het is de "tsetse fly traffic control". De tseetsee vliegen mogen niet voorbij de slagboom. Er komen mensen met kleine netjes kijken of er vliegen in de auto zitten. Langs de weg hangen blauw-zwarte doeken. Tseetsee vliegen komen op blauwe en donkere kleuren af. Het doek is geimpregneerd. De feronen die in het doek zitten lokken de vliegen. Volgens het verhaal worden de vliegen niet gedood door het vergif in het doek, maar raken onvruchtbaar. Dit voorkomt dat de vliegen snel immuun zijn voor het vergif.
De weg gaat een flink eind omhoog. Het wordt dan ook merkbaar koeler. We stoppen bij een gebouw om de permits voor morgen te regelen. We slaan een stuk verder af van de doorgaande weg en gaan richting het Kariba meer. Dit is een natuurgebied waar gejaagd mag worden. Dieren zien we hier niet.
Als we in de verte het water zien gaat de weg weer omlaag en wordt de lucht warmer.
We gaan langs het huis van Nyengwe, waar hij nog iets (mestkeverbollen)
af moet geven. Als we het dorp
(stad?) inrijden is de school net uit. De straat is vol met kinderen in hun
schooluniform.
Aan de andere kant van het dorp zien we 2 olifanten tussen de huizen lopen.
We komen om 12:10 bij de haven van Kariba aan. Hier liggen behoorlijk wat boten. Doordat
er weinig toeristen komen, gebeurt er niet veel meer.
We zullen met een grote huisboot naar het
Matsudona park varen.
We varen om 12:30 de haven uit. Een welkomstdrankje stond al klaar toen we aan
boord gingen. Er is royaal plek. Er staan veel stoelen en op matrassen kun je
even liggen. Een bar maakt de zaak compleet.
Dit is voor de komende dagen de laatste plek om batterijen op te laden. Daar
wordt dan ook volop gebruik van gemaakt.
De lunch wordt aan boord verzorgd. Het is een flink varen. Ik doe mee met het phase10 spel en verlies dik.
Tegen zonsondergang komen we aan bij het
Rhino Safari Camp bij het Matsudona
national park (18:20).
We worden in het donker door auto's opgehaald bij de boot. We logeren hier in huisjes op palen (de vakantie wordt met de dag luxer). Het zijn half open huisjes met een groot muskietennet over de bedden. In elk huisje is een wc en een douche. Je doucht hier in de open lucht met een fantastisch uitzicht (als het niet donker is natuurlijk).
Voordat we naar de huisjes gebracht werden krijgen nog instructies. Na zonsondergang
mag niemand meer alleen buiten rondlopen. Er moet steeds iemand mee die een geweer
heeft. In het verleden heeft al een leeuw een personeelslid aangevallen en een olifant
een toerist (die niet wilde luisteren). De zeep moet je onder de bidet leggen omdat
anders de neushoornvogels er mee vandoor gaan.
Iedereen krijgt een fluitje waarop geblazen moet worden bij gevaar. Dit schrikt de dieren
af en zorgt dat er hulp komt. Je mag vooral niet wegrennen omdat je je dan als
prooi gedraagd.
Na een warme douche worden we allemaal opgehaald en kunnen we bij het kampvuur zitten totdat het eten klaar is. Een koud biertje erbij en het is prima overleven.
Het avondeten is aan een luxe gedekte tafel. Al vroeg ga ik naar bed (22:00), moe
van de afgelopen te korte nachten). Ik slaap in hut nummer 7, de laatste in de rij.