Dag 3: Harare - Rukweza (Eastern Highlands)

Het vroege vertrek volgens het programma blijkt wel mee te vallen. Pas om 8:15 uur vertrekken we. We gaan nog eerst langs bij een supermarkt om het eten voor de komende 2 dagen in te slaan. Ook drinken en hapjes voor onderweg kunnen we hier inslaan. Er zijn opvallend veel blanken in de supermarkt aanwezig. De blanken en negers blijken hier volslagen langs elkaar heen te leven.

Laban, onze chauffeur, rijdt eerst nog naar het voorstad (dorpje) van Harare waar hij woont. Hier zijn geen verharde wegen meer te bekennen. Laban had zijn slaapzak vergeten en blijkbaar heb je die hard nodig in het hoogland gebied. De minibus is van Indisch fabrikaat. Ondanks het feit dat er al stoelen uitgehaald zijn, zit een stoel erg krap. Gelukkig heb ik 2 stoelen voor mijzelf, waardoor het voor mij nogal mee valt.

Onderweg stoppen we voor de lunch bij een (toepasselijk genoemd) fililaal van het 'halfway' keten. Langs het gebouw (cafetaria met terasjes, souvenir winkel) ligt er een wildparkje.


Na de lunch rijden we verder. De snelweg is een goede weg en de reis schiet goed op. Onderweg zien we de eerste baobab bomen, die uiteraard op de foto moeten. In de verte liggen de dorpen langs de weg.

Na enig zoeken vinden we de afslag naar Rukweza. Via een smalle, hobbelige zandweg rijden we naar het dorp. Het is een armoedig dorpje dat in een toeristisch project (wij dus) mee doet om wat extra te verdienen.


In het dorp staat de chief met een ontvangstcommitee ons op te wachten. Met zang en dans worden we welkom geheten.


Na het welkom splitsen we ons op in kleine groepjes om in de omgeving rond te kijken. We worden langs de 'huisjes' van de inwoners geleid. In een hut hangt het zaaigoed voor dit jaar : 3 kolven mais. Een vierkant huisje (van steen) dient als slaapplaats. De bakstenen worden hier zelf gebakken van de klei uit de grond.
De keuken is een apart (rond) hutje. Alleen de mannen mogen op het stenen bankje langs de wand zitten.

Na het dorp wandelen we tussen de velden door naar een heuvel (berg?) in de buurt. Als we naar boven klauteren zien we een adelaar tussen de bergen cirkelen. Omdat Hans een ornitholoog blijkt te zijn, krijgen we deze reis allemaal een cursus vogeltjes kijken (later vooral hornbills).


Boven komen we uit bij een grot met muurschilderingen. Het uitzicht vanaf hier is prachtig. De rotstekeningen zijn enkele eeuwen oud. Wie ze gemaakt heeft, weet niemand meer.
De betekenis die aan sommige afbeeldingen gegeven wordt, lijkt voor mij wel erg veel op flink wat fantasie. Waarschijnlijk ligt dat een gebrek aan gevoel voor cultuur bij mij.

Na de grot bezocht te hebben, lopen we terug naar het guest house. Hier krijgen we nog een lied met een dans voorgeschoteld, waarna de rondleiding beeindigd wordt.

De slaapplaatsen worden verdeeld. We slapen in onze slaapzak op de betonnen vloer(gelukkig heb ik een matrasje bij me). Terwijl het eten door een aantal groepsleden wordt gekookt gaan we met een stel naar de biergarten aan de overkant van de straat.

In de biergarten staat de muziek erg hard. Het lokale bier wordt verkocht in emmertjes. Het bier ruikt en ziet eruit als kots (en volgens Ageeth smaakt het ook zo). Niemand van ons durft het bier te proeven en we kopen maar een paar 'normale' flesjes bier.

We eten buiten, in de avond, bij het guest house. Het eten smaakt voortreffelijk. Na het eten gaan we vroeg slapen. Sommigen hangen nog een muskieten net op. Gezien de kou hier komt dit nogal als overbodig over bij mij. Doordat er een gat in het midden van het dak zit en de deur niet goed sluit, slaap ik weinig deze nacht. De koude tocht voorkomt dat ik vroeg in slaap val.


de volgende dag