Ik loop een rondje om het meer voordat ik ga ontbijten (stokbrood met jam uiteraard).
Ik werk mijn dagboek bij op het terras, in het zonnetje. Daarna loop ik nog het grotere rondje om het meer, waarbij
het pad dit keer over de heuvels loopt.
Het einde van de wandeling word ik door een grote, rode mier gebeten. Het bloed uit de wondjes, zodat ik er maar betadine op doe. Dagen later zijn de wondjes nog goed te zien.
De lunch is weer 3 gangen. Omdat het de vraag is wat en waar ik weer te eten krijg, eet ik hier nog maar
eens goed. Als voorgerecht is er een kleine pizza, een peperbiefstuk als hoofgerecht en fruit als toetje.
In de auberge heb steeds keus tussen 2 menu's, waarbij per gang per menu weer de keuze tussen 2 items
gemaakt kan worden.
Met de bus worden we naar het treinstation in N'Gaoendéré gebracht.
We kunnen de trein nog niet in en moeten buiten wachten. De dragers brengen de bagage alvast tot het
stationsgebouw.
Binnen in het stationsgebouw is het druk, maar buiten
valt het wel mee met de drukte.
Een uur voor vertrek mogen we de trein in. Dragers brengen steeds de bagage van 2 personen naar de trein.
Zij moeten door een andere deur lopen dan wij. We krijgen per 4 personen een couchette. Hier zijn steeds 2
stapelbedden, die al opgemaakt zijn. Ik deel de couchette met Erik, Mama en Francis.
De trein vertrekt op tijd (18:20), maar blijft net buiten het station weer even staan. Een half uur later wordt
bij het volgende station weer even gestopt. Het is er donker, zonder elektrische verlichting. Een olielampje
zie je binnen branden. Op het perron lopen veel verkopers rond. Vooral honing wordt hier aangeboden.
De trein heeft bewakers aan boord voor de veiligheid. Ze hebben machinepistolen, dus je laat wel uit je hoofd om
iets te doen.
Om 21:00 maken we het licht uit en proberen te slapen. De schokkende trein zorgt ervoor dat ik amper kan slapen.
Ik heb het gevoel dat ik in een karretje van een achtbaan lig.